Showing posts with label dood. Show all posts
Showing posts with label dood. Show all posts

Monday, November 25, 2013

Het Eindstation - eervolle vermelding Sint-Gillis-Waas

.
Antwerpen, 19 sept. 2013, geïnspireerd door ‘La dernière gare du monde’ van Wannes Van de Velde
foto: Love Tunnel, Shanghai © bert deben 
 
'Het Eindstation' kreeg een eervolle vermelding voor de Poëziewedstrijd
'Leo Vercruyssen' op zaterdag 23 november 2013 te Sint-Gillis-Waas
en werd gepubliceerd in bijhorende bloemlezing.
 


read more

Friday, November 1, 2013

De dood staat naast mij, hij wacht ...

 

De dood staat naast mij
. 
De dood staat naast mij, hij wacht
hij luistert, naar hoe ik adem haal
hij kijkt bezorgd, ik adem zacht
ik adem langzaam maar normaal
 
hij luistert, naar hoe ik adem haal
hij hoopt dat ik misschien alsnog
ik adem langzaam maar normaal
’t moet ongedwongen gaan, maar toch
 
hij hoopt dat ik misschien alsnog
soms gaat het vlugger met wat bijstand
’t moet ongedwongen gaan, maar toch
boven mijn mond zweeft nu zijn hand
 
soms gaat het vlugger met wat bijstand
de dood staat naast mij, hij wacht
boven mijn mond zweeft nu zijn hand
hij kijkt bezorgd, ik adem zacht.
 
 
© bert deben
Antwerpen, dinsdag 27 mei 2008.


Dit gedicht werd mee opgenomen in ‘Ademtocht’ van Linda Wormhoudt:
.


Ademtocht.

Verhalen over de dood.

De dood is de man met de zeis, de rustbrenger, de insluiper, maar ook de welkome gast. De dood is alles en niets. De dood confronteert ons met wat we vrezen, wat we verwachten, dat wat we kennen, ontkennen, erkennen. De dood is deel van ons leven, of we willen of niet.
 
 
 

.
De dood als onlosmakelijk onderdeel van het leven heeft sjamaniste Linda Wormhoudt altijd al gefascineerd. Ze deed veel onderzoek naar rituelen rond de dood in verschillende culturen, omdat deze veel vertellen over mensen en het leven dat ze leiden. Ze kent zelf een aantal gezichten van de dood en weet dat hij aan ieder mens weer iets anders van zichzelf laat zien. Vaak gekleurd door cultuur of achtergrond, soms door angst, soms door hoop. De dood trekt zich niets aan van grenzen, de verhalen spelen zich dan ook af tegen verschillende culturele achtergronden en in verschillende tijden.

Coby Schilder tekende met potlood bezielde portretten van enkele hoofdpersonen. Niet van de dood zelf, want zoals u weet heeft hij vele gezichten.
 
 
 

read more

Tuesday, October 29, 2013

Er huist een wezen in mijn kist

.
                                                                                                                   foto: Zombieboy Rick Genest
                        .
Er huist een wezen in mijn kist
dat hongerig en half vergaan
mijn tombe op een kier liet staan
en lonkt en lokt en van de mist
 
gebruik maakt om op stap te gaan
verkleed als man en met een list
en hopend dat men zich vergist
en mee met hem gaat in de waan
 
dat hij een lieve jongen is
hij wikt en weegt het verse vlees
en streelt en zoent en zegt dan hees
 
ik hoop dat ik mij niet vergis
maar wij zijn één tot aan de dood
en dan volgt de Genadestoot.
 
 
© bert deben
Turnhout, 16 oktober 1997.
 
Werd gepubliceerd in Flikkeragenda 1999.



read more

Tuesday, June 11, 2013

Nabestaan - Ruben van Gogh

.
Nabestaan
.
Het valt nogal niet mee
aan gene zijde.
Vooral in het begin,
nog nieuw als vage vorm van entiteit,
besteed je haast de meeste tijd
aan redderen op aarde.
Je leeft nog voort in allerlei gedachten,
er zijn er zelfs die op je wachten
of menen je nog af en toe te zien
in mensenmassa’s, spiegels, verre neven, nichten,
die ’s avonds stiekem glaasjes lichten
vol ongepaste vragen.
Rusten is er dus niet bij,
al wordt het allengs vrij rustig,
verschijn je hoogstens af en toe nog
in een droom, of iemand
noemt per ongeluk je naam.
Het wordt van nu af aan wat kalmer.
Een achterkleinkind herinnert zich nog vaag
dat ergens iemand ooit iets van je zei:
je bent al bijna helemaal voorbij,
even wachten nog
en er is niemand meer
die van je weet.
Dan mag je eindelijk ook
jezelf vergeten.

 
 
Ruben van Gogh
http://rubenvangogh.nl/
http://rubenvangogh.wordpress.com/

geplaatst met vriendelijke toestemming van Ruben.
.

read more

Friday, June 7, 2013

De lichtjes in jouw ogen

.


Je noemt mij ‘Sus’ en lieve woordjes
zegt tien maal daags ‘ik zie je graag’
en kookt jouw liefde door mijn maag
je kuist mijn kantjes en mijn boordjes
 
je zegt dat dit mijn toekomst is
een proper huis, een vol gevoel
mij dienen als jouw levensdoel
mijn wens is jouw bekommernis
 
als ik de lichtjes in jouw ogen zie
dan zie ik mijn verleden tijd
geheel verliefd en vol geloof
verdwijnend in een utopie
 
ooit raakte ik mijn lichtjes kwijt
als ik maar die van jou niet doof.
 
 
© bert deben
Oostende, zaterdag 15 april 2006, voor Bobje
. 
Voor Bob,
(9 mei 1961 – 3 juni 2013)
. 
Het leven gaat zoals het gaat, in sommige gevallen is het zelfs een beetje voorspelbaar, zoals in bovenstaand gedicht, dat ik schreef in de beginperiode dat ik Bob leerde kennen.  Er zouden nog heel wat gedichten volgen voor Bob in de drie jaar dat we elkaars leven deelden, waarvan bv. ‘Je ruimt mijn resten op en gaat tekeer’ dan weer één van de vele grappige anekdotes was die resten als herinnering aan mooiere momenten.  Maar zoals ik het in bovenstaand gedicht al een beetje aanvoelde, bleef het niet duren - de dingen zijn zoals ze zijn, of eerlijker nog: vooral ik was zoals ik was, in die periode …

Op de laatste dag dat we samen woonden schreef ik als afscheidsgedicht voor Bob: ‘De Liefde kent geen nederlagen …’ – het einde van een bundeltje gedichten, het einde ook van de relatie, het doven van de lichtjes …

Gelukkig was onze band ondertussen weer wat nauwer geworden, een vriendschap.  Nog niet zo lang geleden gingen we samen nog wat eten, praatten we bij over het leven en ging Bob mee naar een poëzievoordracht.  Het was een mooie avond, waar ik nu extra blij om ben.  Er volgde geen gedicht meer, maar wel de afspraak om elkaar in het kort weer terug te zien, dat zou gisteren geweest zijn …  maar nu maandag, totaal onverwacht, veel te jong en veel te snel, werden de lichtjes in de ogen van Bob voor altijd gedoofd – hij was net 51 geworden …
 
“We zullen je missen, elke dag
in kleine eenvoudige dingen,
maar in ons hart
zal je altijd bij ons blijven …” 
zo staat er liefdevol op de aankondiging.  
Voor mij zal dat ook in gedichten zijn, een bundeltje vol, waar er spijtig genoeg nog één afscheidsgedichtje bij is gekomen, dat op het doodsprentje staat:
 
Geluk is soms een kleine droom
een beetje houvast in het leven
je hoopt, je geeft, je bleef zelfs geven
al ging het soms aan jou voorbij  

je gaf zoveel, want zo was jij
je gaf niet eens om iets te krijgen
je gaf ook niet om min of meer
je zette steeds jezelf opzij  

geluk, al duurt het maar heel even
was wat jij wou voor iedereen 
al kreeg je het niet steeds terug
je bent het wel steeds blijven geven. 


© bert deben
Antwerpen, dinsdag 4 juni 2013, voor Bob (9 mei 1961 – 3 juni 2013)


Met diep respect en warme genegenheid voor de familie van Bob
en met warme herinneringen aan een zachtmoedige man met lichtjes in de ogen.

Bert


read more

Friday, March 1, 2013

Post Scriptum

.
       gedicht (1993) werd gepubliceerd in Nieuw Vlaams Tijdschrift/Gierik Jg 12 nr 4 – Nov. 1994
       en in Gist Jg 18 nr 3 – Juni 1995
       foto © bert deben - São Miguel, Açores



read more

Friday, November 2, 2012

Allerzielen

.
        © bert deben Turnhout, 13 januari 1999 - foto: From late autumnlight to haze Vogelwaarde




read more

Thursday, November 1, 2012

Allerheiligen

.


   Allerheiligen  
                 (bij de rustplaats van moeder)


     De doden werden weer verschoond
     zowel van zonden als hun graven
     herdacht ook om de mooiste gaven
     in stilte wordt berouw getoond
 
     een jeugd lang heb ik hier gewoond
     een sloepje in een kleine haven
     tot ik mezelf voorbij zou draven
     tot wat voor mij de moeite loont
 
     het leven neemt, het leven geeft
     als ik hier sta, zo half verweesd
     ben ik verheugd om al de jaren
     die ik door jou dan heb geleefd
 
     een schip ben ik, dat weet te varen
     maar bij het afscheid weer bedeesd.
 
 
     © bert deben 
          Borsbeek, dinsdag 1 november 2005, voor moeke.



read more

Wednesday, October 31, 2012

De Schaduw ...

.
Antwerpen, Stadspark, middernacht, 11-12 augustus 1997
foto © bert deben Schoonselhof
 
 
 

read more

Wednesday, June 6, 2012

Afscheid van M. Vasalis

.

AFSCHEID


juli 1947

Wanneer je hand beweegt beweegt mijn ziel –
als je je ogen opslaat stroomt zij vol met licht
– mijn lief, mijn vleugelslag – mijn zwaartekracht.
Ik volg – van ganser harte en volstrekt onvrij
iedere stap, ieder gebaar; iedre verandering van je gezicht
verandert mij.
Nee niets ontbreekt aan onze liefde dan
de onvolmaaktheid – zonder welke men
niet ademen, niet leven kan.

Ik ben te rijk behuisd in je paleis
ik wil weer naar mijn kamertje terug
en niets meer zien en niets meer horen
ik wil weer arm en leeg zijn als tevoren.
Ik-wil-naar-huis!



M. Vasalis
(mijn persoonlijk abosuuut favoriete gedicht van haar)
uit ‘De oude kustlijn’ – uitgeverij G.A. Van Oorschot


M. Vasalis is het pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans. 
Ze werd 13 februari 1909 geboren in Den Haag en woonde van 1964 tot haar overlijden op 16 oktober  1998 te Roden.  Haar schuilnaam ‘Vasalis’ is een ombuiging van ‘Vazal’, wat Latijn is voor haar meisjesnaam Leenmans. 

Tijdens haar leven zou Vasalis slechts drie bundels uitbrengen: in 1940 debuteerde zij met ‘Parken en woestijnen’, in 1947  volgde ‘De vogel Phoenix’ en in 1954 ‘Vergezichten en gezichten’.  Haar werk sloeg echter heel erg aan en werd ook veelvuldig bekroond, onder meer met de Constantijn Huygensprijs in 1974 en de P.C. Hooft-prijs in 1982.  Veel van haar gedichten werden echte klassiekers in de Nederlandse literatuur.  Enkele jaren voor haar dood besloot ze toch nog een laatste bundel samen te stellen met nieuw werk, deze kwam postuum uit in 2002 onder de titel ‘De oude kustlijn’.

Ondanks haar bekendheid, koos Vasalis voor een teruggetrokken bestaan.  In 2011 kwam er een Biografie uit over haar, samengesteld door Maaike Meijer, die het unieke leven aantoont van Margaretha Leenmans (Haar jeugd in Den Haag, medicijnenstudie in Leiden, haar specialisatie tot psychiater, een lang verblijf in Zuid-Afrika, haar huwelijk, haar gezin en werk, de vele vriendschappen en correspondenties met andere kunstenaars, schrijvers, dichter en uitgevers).

Meer info over Vasalis kan men vinden op onderstaande links:
http://www.vasalis.nl/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vasalis
meer gedichten van haar kan men lezen op:

Hieronder ook nog een ode van het Letterkundig Museum aan Vasalis 
en haar eigen afsluitingsgedicht ‘Sub Finem’:




SUB FINEM 

En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten -
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen - en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.


M. Vasalis (1909 - 1998)
uit ‘De Oude Kustlijn’

.

read more

Monday, June 4, 2012

De dood is mooier dan het leven

.

 
De dood is mooier dan het leven
alleen al moeten blijven hier
is daarvan het bewijs – in elke spier
met ieder beeld dat is gebleven

in elke vezel van mijn lijf
in elke cel van mijn bestaan
voel ik een drang om heen te gaan
hoezeer ik weet ook dat ik blijf

een licht van schimmen lokt mij aan 
– waarvan er één de jouwe is –
een hemelvaart zo hels verheven
dat ik er niet in mee kan gaan

wat mij nog rest is duisternis
de dood is mooier dan het leven.

 
 
© bert deben
Antwerpen, woensdag 19 januari 2011,
geschreven na het zien van de film ‘Hereafter’ bij muziek van Djivan Gasparian.
 
 
Nominatie CITER-poëzieprijs van ‘Het Park vertelt’ te Oosterbeek
.
Opdracht voor deze wedstrijd was een gedicht in te sturen bij één of meerdere kunstwerken van 7 geselecteerde kunstenaars uit Renkum. De werken kon men per internet bekijken op: 'Het Park Vertelt'

Mijn gedicht ‘De dood is mooier dan het leven’, bij onderstaand schilderij
‘Transformatie’ (100x120 cm) van Myriam Hazelzet, behoorde tot de door de jury genomineerde gedichten.

De wedstrijd was een onderdeel van het festival ‘Het Park vertelt’ (zondag 3 juni 2012) in park Hartenstein te Oosterbeek, waar men kon genieten van o.a. optredens van Spinvis, een hele leuke voordracht van Joke van Leeuwenen het ontroerend mooie theaterstuk ‘Een buik van wol’ van Theatergroep Fien. 
.
 .
Aan het einde van het festival werd bekend gemaakt wie de CITER-poëzieprijs in ontvangst mocht nemen - dit werd Meindert Boersma, met zijn gedicht 'Berkenrag' bij het kunstwerk 'Airborne' van Yolande Aits.  De foto's van de kunstwerken, alle genomineerde gedichten en een selectie uit de inzendingen, werden gepubliceerd in een verzorgde brochure.

 

read more

Saturday, June 2, 2012

Ode aan 'De tuinman en de dood' (P.N. van Eyck)

.
Tekening Hendrick Goltzius 1558 - 1617




Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!  

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."


P.N. van Eyck (1887 – 1954)


‘De tuinman en de Dood’ is waarschijnlijk één van de meeste gekende gedichten uit de Nederlandse literatuur.  Over de herkomst en de originaliteit er van is er ook al het nodige geschreven en opgezocht.  De auteur Herman Franke (1948) heeft de speurtocht naar de bron van het gedicht beschreven in zijn boek "De tuinman en de dood van Diana", in 1999uitgegeven bij Podium.

Pieter Nicolaas van Eyck (1 oktober1887, Breukelen - 10 april1954, Wassenaar- Nederlandsdichteren criticus), zou plagiaat hebben gepleegd door het te vertalen van een Franstalige versie van Jean Cocteau, zonder diens naam te vermelden.  Hieronder de originele versie uit de roman ‘Le Grand Ecart’, van Cocteau, die 3 jaar voor het uitbrengen van het gedicht verscheen:


Un jeune jardinier persan dit à son prince: “J’ai rencontré la Mort ce matin. Elle m’a fait un geste de menace. Sauve-moi! Je voudrais être par miracle, à Ispahan ce soir.”

Le bon prince prête ses chevaux. L’après-midi, ce prince rencontre la Mort. “Pourquoi lui demande-t-il avez-vous fait ce matin, à notre jardinier, un geste de menace?”

“Je n’ai pas fait un geste de menace,” répond-elle, “mais un geste de surprise. Car je le voyais loin d’Ispahan ce matin et je dois le prendre à Ispahan ce soir.”

Jean Cocteau


Of men echt van plagiaat kan spreken is nog de vraag, want ook Cocteau heeft het verhaal ‘geleend’.  Varianten van dit verhaal komen voor in heel wat middeleeuwse parabels geschreven door islamitische soefi’s.  De meest bekende versie uit die periode is die van de schrijver Roemi (1207-1273). Deze versie, te vinden in het Korancommentaar Masnavi-i Ma'navi, vertelt hoe Sulayman (koning Salomo) in zijn paleis (in Jeruzalem) een dienaar ontvangt die zegt de doodsdemon Azraëlte hebben ontmoet en vraagt te mogen vluchten naar India, waarna Sulayman van Azraël verneemt dat hij diens dienaar in India moest halen.

De oudste versie van het verhaal is de Babylonische Talmoed, waarin koning Salomoeen gesprek heeft met de Engel des Doods, die twee van Salomo's klerken zegt te komen halen. Salomo, die in de Joodsetraditie al eerder een reputatie had verworven als magiër, beveelt daarop enkele geesten om het tweetal in veiligheid te brengen in het land Luz. De volgende dag komt de Dood Salomo lachend tegemoet, omdat de koning zijn dienaren heeft gezonden naar de plaats waar de Engel des Doods ze moest afhalen. 

Een moderne variant is dan weer te vinden in het stripverhaal Persepolis van Marjane Satrapi.  Maar ook in de Nederlandse literatuur vind men verschillende varianten (parodieën) op het gedicht, waarvan ik persoonlijk die van Kees Stip de sterkste vind:
 

‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
Doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.

Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
De vrees voor de verdoemenis ontvlezen
En zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.

Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
Mensen en kinderen zo ondervoed
Dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’


Kees Stip


Ook op mij had het gedicht destijds een grote invloed – het was zowat het eerste gedicht dat mij meteen helemaal aansprak en mij zeker ook mee aanzette om zelf te gaan dichten.  In 1994 schreef ik er een ‘antwoordgedicht’ op, waarmee ik dan ook graag afsluit:


De Meester Sprak !
                               (zeer  vrij naar P.N. Van Eyck)


Ik wou een afspraak met de Dood
maar die is richting Ispahaan
een tuinman achterna gegaan
die, voor wat ik zo wilde vlood

hoezeer ik ook mijn leven bood
er was geen overtuigen aan
hij plaatste mij zelfs achteraan
de bleke had aan mij geen nood

ik vroeg hem waarom ik dan niet
en hij, die niet wil, dan weer wel
verdwijnen mag uit deze hel

terwijl hij zijn bureau verliet
riep hij: “Hier discuteert men niet
IK bepaal de regels van het spel!”


© bert deben
Antwerpen, donderdag 24 maart 1994.

.

read more